Antwoordenklas2.jouwweb.nl
Home » Natuur- en Scheikunde » Samenvatting Nova havo/vwo h.4

Samenvatting Nova havo/vwo h.4

Par. 1

Voorbeelden van warmtebronnen zijn:

De geiser, het fornuis, het theelichtje, het strijkijzer, enz.

 

Sommige warmtebronnen leveren warmte door een brandstof te verbranden.

De energie in aardgas of in een andere brandstof wordt chemische energie genoemd.

 

Par.2

In de warmtewisselaar wordt de warmte verhit. De pomp pompt het hete water naar de radiatoren.

De brandstof die in een cv-ketel gebruikt wordt is aardgas. Het brandbare deel van aardgas is methaan. Voor verbranding is zuurstof nodig, daarom moet er in een cv-ketel voldoende luchttoevoer zijn. Om een verbranding op gang te brengen moet het mengsel van aardgas en lucht een bepaalde temperatuur bereikt hebben, dat heet de ontbrandingstemperatuur.

Behalve een heleboel warmte ontstaan bij verbranding ook verbrandingsproducten -> water(damp) en koolzuurgas(CO2). Het Koolzuurgas kun je aantonen door de verbrandingsgassen van een gasvlam door klakwater te leiden. Het kalkwater wordt dan troebel. Het verbranden van aardgas wordt een reactie genoemd, hierbij verdwijnen de stoffen waarmee je begint -> methaan en zuurstof. Daarvoor in de plaats krijg je nieuwe stoffen met nieuwe eigenschappen ->water en koolstofdioxidegas. Dit is het schema van verbranding:

Methaan(g) + zuurstof(g) -> water(g) + koolstofdioxide(g).

Bij gassen gebruik je de g van gas. Bij vloeistoffen gebruik je de l van liquid. Voor vaste stoffen s van solid. Koolstofmono-oxide (kolendamp) ontstaat als er niet genoeg verse lucht wordt toegevoerd, dit is een zeer giftig gas.

 

Par.3

In een radiator vindt het volgende warmtetransport plaats:

• Het hete water geeft warmte af aan de binnenkant van de radiator.

• De warmte wordt door geleiding vervoerd naar de buitenkant van de radiator.

• Daar wordt de warmte afgestaan aan de lucht en de voorwerpen in de kamer.

Metalen zijn goede warmtegeleiders. Bijna alle vloeistoffen gen gassen geleiden warmte slecht. Bij stroming verplaatst de warmte zich altijd samen met de stof van de plaats met de hoogste temperatuur naar de plaats met de laagste temperatuur.

Lucht is, zoals andere gassen, een zeer slechte warmtegeleider. Maar door stroming kan lucht wel veel warmte vervoeren.

 

Par. 4

Als de temperatuur van een voorwerp niet erg hoog is zendt het zogenaamde infraroodstraling uit. Het woord radiator betekent letterlijk ‘straler’. Dit heet zo, omdat de radiator ook straling op gang brengt. Als de temperatuur van een voorwerp hoog genoeg is, zendt het zichtbare infraroodstralen uit. Bijv een broodrooster. Enkele honderden graden.

De zon is zo heet (6000˚C) dat hij, behalve infrarode straling en zichtbaar licht ook ultraviolet straling uitzendt. Straling heeft geen tussenstof nodig.

Een voorwerp kan warmte afstaan door straling uit te zenden en het kan warmte opnemen door straling te absorberen. Als een voorwerp een hogere temperatuur heft dan zijn omgeving , zal het meer straling uitzenden dan absorberen.

Wit kaatst warmte gemakkelijk af. Zwart absorbeert de warmte erg goed.

 

Par. 5

Als er in een koude kamer een gaskachel brand, zal de temperatuur in de kamer stijgen. Als alle warmte van de gaskachel in de kamer zou blijven, zou de temperatuur voortdurend blijven stijgen. In werkelijkheid gebeurt dat niet, de temperatuur wordt na een tijdje constant, ook al brandt de kachel gewoon door.

Door goed te isoleren kan je dit voorkomen. Zo bespaar je en hoop energie.

Hoeveel warmte er in een bepaalde tijd naar buiten verdwijnt:

Het temperatuurverschil tussen binnen en buiten: hoe kleiner dat verschil is, des te minder warmte naar buiten verdwijnt.

1. het materiaal van de muur: hoe slechter dat geleidt, des te minder warmte naar buiten verdwijnt.

2. de dikte van de muur: hoe dikker de muur is, des te minder warmte naar buiten verdwijnt.

3. de oppervlakte van de muur: hoe kleiner de oppervlakte, des te minder warmte er naar buiten verdwijnt.

De spouw voorkomt dat de binnenmuur vochtig wordt. Dit is een slechte geleider.

(Door ruiten kan er ook veel warmte naar buiten verdwijnen. Vooral als er tussen de lucht in de kamer een buitenlucht maar één dun laagje glas zit. Dat kun je tegengaan door dubbelglas. Dubbelglas isoleert goed omdat er tussen de 2 ramen lucht zit.)